Linux op oude hardware

door Roeland Kok

Vrijgegeven onder de GFDL.

Inleiding

In een eerder artikel, genaamd Linux Powerbox hebben we bekeken op welke manier Linux te gebruiken is op krachtige computers. In dit artikel gaan we in op de mogelijkheden van Linux op oudere hardware. Welke mogelijkheden biedt het besturingssysteem en op welke manier kun je veel plezier beleven van je afgedankte computers?

We zullen ons hier vooral richten op x86 apparatuur, aangezien hiervan enorme hoeveelheden te krijgen zijn voor dumpprijzen. Je kunt eens een kijkje nemen bij de plaatselijke kringloopwinkel, daar willen ze nog wel eens voor zachte prijsjes leuke oude computers verkopen. Het is aan te raden dat als je geen echte knutselaar bent, je minstens een 386 probeert te vinden. Linux is een systeem dat vanaf een 386 processor kan draaien. Er zijn besturingssystemen en initiatieven die het mogelijk maken om *nix achtige systemen te draaien op minder krachtige processoren (zoals de 8086 en 80286), bijvoorbeeld Elks en 'het systeem waar het mee begon', Minix, maar aangezien we het in dit artikel over puur Linux hebben, gaan we niet in op genoemde software.

Nut van oude hardware

Veel mensen willen als ze ergens mee bezig gaan, vantevoren weten wat voor nut het heeft. De echte hobbyist maakt het natuurlijk niet uit, maar voor sommige mensen is het belangrijk. Linux op oude, afgedankte machines heeft zeer zeker nut. Oude machines zijn, afhankelijk van snelheid en geheugen, goed in te zetten als bijvoorbeeld router of lokale fileserver. Zelfs met zeer weinig (of geen) harde schijf ruimte is een aardig systeem op te zetten.

Daarnaast brengt het experimenteren met Linux op oude harwdware een proces op gang van het leren omgaan met de commando-prompt en het handmatig leren bewerken van configuratiebestanden in (soms obscure) console editors. In de point-and-click wereld van vandaag de dag lijkt dat niet nuttig, maar het is opmerkelijk hoeveel nieuwe Linux gebruikers tegenwoordig aan console-vrees lijden. Die vrees wegnemen in een veilige omgeving (afgedankte hardware) is leerzaam en leuk. Pas als je eenmaal gezien hebt wat een kracht er achter de console schuilt, zul je merken dat het ook op een powerbox handig is om je weg te vinden op de commando-prompt.

Praktijkvoorbeeld

Als voorbeeld in dit artikel zullen we een aantal oude systemen inrichten met Linux, elk voor een ander doel. Ons eerste systeem (dat we uitgebreid zullen behandelen) is een 486 laptop op 33 megahertz, 8 megabyte geheugen en een monochroom VGA LCD scherm. Toen we deze laptop te pakken kregen, stond er MS-DOS op en een aantal spelletjes. De laptop functioneert prima en heeft zelfs en ingebouwde trackball. Op een beurs hebben we een PCMCIA type II kaartje aangeschaft voor netwerktoegang en modemverkeer.

Het doel: Linux aan de praat krijgen, inclusief netwerktoegang; het liefst met een werkende X server. De laptop moet gebruikt gaan worden als werk-computer voor netwerkonderzoek. Een basisaantal utils moet daarom geinstalleerd worden.

laptopDe eerste stap was onderzoek doen naar de mogelijkheden van de hardware. De laptop (van het merk IPC) was slecht op het Internet te vinden en zeker niet in combinatie met Linux-avonturen van anderen. Een diagnostisch programma vertelde ons dat er vrij standaard hardware in zat. Ook kwamen we na kort onderzoek tot de conclusie dat de laatste tien megabyte van de in totaal 160 megabyte grote harde schijf, kapotte sectoren bevatte. Met behulp van enkele moeilijk te vinden flop-distributies konden we concluderen dat de PCMCIA kaart werkte.

Er zijn verschillende soorten Linux distributies, speciaal voor trage computers en PC's met kleine (of zonder) harde schijven. Je hebt mini-distro's, die enkele megabytes tot tientallen megabytes in nemen en je hebt flop-distro's, vaak met een speciale functie (bijvoorbeeld 'freesco', die zich inzet als router). De belangrijkste distro's op dit gebied hebben we onderaan dit artikel gelinkt. Veel mini-distro's zijn verlaten projecten, vaak omdat de auteurs geen tijd meer hadden of omdat er te weinig vraag naar is.

Na onze eerste speurtocht, wilden we Debian Woody gebruiken voor een eerste installatie. Debian staat bekend om het feit dat het een vrij lichte distributie is. De installatie verliep via het Internet, hetgeen prima (maar traag) ging, dankzij de 3Com PCMCIA netwerkkaart. Na de voltooide installatie hebben we de machine een paar dagen gebruikt om te kijken of het aan onze eisen voldeed. Op zich draaide het systeem goed, met als pluspunt dat er vrij recente software op stond, maar we liepen tegen de volgende problemen aan:

Deze tekortkomingen hebben ons er toe doen besluiten om toch maar op zoek te gaan naar een andere distributie. We waren al op de hoogte van het bestaan van muLinux en GreyCat Linux. We hebben beide systemen bekeken en kwamen tot de conclusie dat voorlopig GreyCat het beste aansloot bij onze wensen.

GreyCat

GreyCat Linux is een mini-distributie, ontwikkeld op basis van Basic Linux door een Nederlander, die helaas niet meer actief wordt onderhouden. Het voordeel aan GreyCat is dat het vrij compleet wordt afgeleverd, inclusief X server en enkele window managers (standaard IceWM, maar ook fvwm is een optie). Mochten er programma's zijn die je mist, dan kun je zoeken naar een Slackware 3.5 mirror, waar je alle gewenste pakketjes kunt downloaden en installeren op je GreyCat systeem. GreyCat is namelijk gebaseerd op deze Slackware versie. De distributie maakt gebruik van het UMSDOS file systeem, wat betekent dat je het gewoon installeert op een bestaande DOS partitie. Voor de laptop hield dat in dat we DOS en Linux naast elkaar konden draaien; iedereen die graag DOS spelletjes van vroeger speelt zegt daar natuurlijk geen nee tegen.

De installatie hield niet meer in dan een behoorlijk aantal rar-bestanden via diskette over te zetten op de laptop en deze met het bijgeleverde unrar programma uit te pakken in de hoofddirectory C:\. Na deze handeling was een LINUX directory ontstaan in de rootdirectory, waarin o.a. een opstart bestand 'linux' te vinden was.

Zonder moeite en zonder klagen startte GreyCat op. De enige handelingen die we nog moesten voltooien waren:

De nieuwe gebruiker aanmaken was een kwestie van een extra regel toevoegen in de /etc/passwd file. Deze konden we netjes bewerken met de bijgeleverde nano-editor (tweeling van pico). Het was hier even opletten: aangezien GreyCat op een oude distributie gebaseerd is, wordt nog geen gebruik gemaakt van 'shadow' files. Het versleutelde paswoord moet dus direct in de passwd-file opgenomen worden. Uiteindelijk hebben we een gebruiker toegevoegd door de volgende regel op te nemen in de /etc/passwd file (het versleutelde wachtwoord hebben we natuurlijk even aangepast ;)):

gast:hf7dhFJDndjd9:100:100::/home/gast:/bin/bash

Vervolgens hebben we in /home een directory 'gast' aangemaakt en de rechten toegewezen aan gebruiker 'gast'. Nu konden we inloggen als 'gast' en hoefden we niet meer bang te zijn dingen te vernielen door als root te werken. In de homedirectory hebben we het bestand .xinitrc aangemaakt waarin we de volgende regel opnamen:

exec fvwm2

Voortaan start X op met de Fvwm2 window manager.

De laatste, en moeilijkste stap was het aan de praat krijgen van de netwerkkaart in het PCMCIA slot. Hiervoor hebben we een Slackware 3.5 mirror moeten zoeken. Deze zijn nog goed te vinden via Google, maar regelmatig verdwijnen oudere versies van Slackware van de mirrors, wat erg jammer is. Een tip om in Google een mirror te vinden, type als zoekterm in:

"slackware-3.5" "index of"

Exact met de aanhalingstekens. Meestal zit bij de eerste paar hits een werkende mirror. Aangezien we maar kleine bestandjes downloaden, maakt de snelheid niet enorm veel uit.

Voor de netwerkkaart hebben we gezocht op het Internet naar de chipset en enkele zoektermen, waarna we al snel uitvonden welke modules we moesten downloaden van de mirror. Dit verschilt per type kaart, dus het heeft geen zin om te vertellen welke modules we hebben gedownload.

Na een tijd prutsen en proberen (daar komt het vaak op neer bij oudere systemen), was de beloning groot toen het lampje van de kaart ging branden. Enkele instellingen in het bestand /etc/pcmcia/config.opts moesten aangepast worden aan de netwerkinstellingen van het lokale netwerk. We adviseren om het GreyCat systeem niet rechtstreeks op het Internet aan te sluiten, aangezien de software zeer oud is en vele gaten bevat.

Ons systeem draaide en na het installeren van enkele softwarepakketjes en wat spelletjes (de BSD games zijn altijd leuk om op je systeem te hebben) konden we tevreden werken met een gezellig ouderwets Linux systeem.

De snelheid van opstarten is zeer acceptabel, zelfs snel te noemen. Het X Window System is iets trager, maar het blijft natuurlijk een machine met acht megabyte geheugen en 33 megahertz.

Enkele andere voorbeelden

Voor dit artikel hebben we nog een aantal oude configuraties voorzien van oude en nieuwe Linux systemen. Een Pentium 166 kan, dankzij een verse Slackware installatie, dienst doen als fileserver voor kleine bestanden en eventueel als NIS server (gedeelde password-, group- en shadowfiles). Een oude Compaq dekstop computer op 66 megahertz doet dienst als werkstation binnen het netwerk. De Compaq is voorzien van RedHat 5.2, waarbij we enkele kanttekeningen willen plaatsen.

Als je een oude distributie gebruikt, zorg dan op zijn minst voor nieuwe pakketjes voor belangrijke elementen in het systeem, zoals SSH. Oude software werkt soms niet goed met nieuwe software (SSH1 client kan niet zonder meer inloggen op een SSH2 daemon) en bevat vaak gevaarlijke fouten die bij gebruik online kunnen leiden tot nare situaties. Als je je systeem binnen het netwerk houdt en je verder geen contact maakt met het Internet, dan is oudere software overigens praktisch geen probleem. Het is heel mooi om te zien hoe Linux distributies in de afgelopen jaren gegroeid zijn. Daarom raden we ook iedereen aan vooral met oude distro's te spelen. Je kunt vaak nog oude versies vinden op Internet. Maar ook hier geldt dat je even moet zoeken met Google, omdat er meer mirrors verdwijnen met oude distro's dan dat er bij komen.

 

Pentium 166

 

Console

Aan console applicaties is op Linux-box.nl een apart artikel gewijd. Oude PC's draaien de meeste console applicaties op goede tot redelijke snelheid. Om je enkele ideeen te geven van welke mogelijkheden je hebt op de console, een kort overzichtje.

Kijk vooral even in het artikel Linux en Console voor meer software, inclusief screenshots.

Tot slot

In dit artikel hebben we willen laten zien dat ook oude hardware goed te gebruiken is door middel van (al dan niet) speciale Linux distibuties. Er is een hoop te leren als je eenmaal gaat stoeien met oude hardware. De kunst is om zoveel mogelijk kracht te halen uit je machine en een zo werkbaar mogelijk systeem op te zetten. Gooi je oude computers dus niet zomaar weg, maar gun ze een tweede (derde, vierde?) leven!

 

© 2002-2008 - Linux-box.nl en bijdragende auteurs